Als je ooit een glas Zuid-Amerikaanse wijn hebt geproefd, weet je dat deze wijnen een unieke persoonlijkheid hebben. Maar wist je dat de hoogte waarop de druiven groeien een wereld van verschil maakt? Zuid-Amerikaanse wijnen uit kustvlaktes smaken compleet anders dan hun neven uit de bergen, en dat komt door veel meer dan alleen de hoogte. Van de intense Malbec uit de Argentijnse Andes tot de frisse Sauvignon Blanc van de Chileense kust: elk terroir vertelt zijn eigen verhaal. In dit artikel ontdek je de zeven belangrijkste verschillen tussen deze twee wijnwerelden, zodat je bij je volgende wijnkeuze precies weet wat je kunt verwachten.
Waarom terroir zo’n groot verschil maakt voor je wijnsmaak
Terroir is het Franse woord dat wijnliefhebbers gebruiken om alle natuurlijke factoren te beschrijven die de smaak van wijn beïnvloeden. Het gaat om veel meer dan alleen de grond waarin de druiven groeien. Hoogte, klimaat, bodemsamenstelling en zelfs de hoek waarop de zon schijnt: alles speelt een rol in hoe je wijn uiteindelijk smaakt.
In Zuid-Amerika zie je dit verschil heel duidelijk tussen wijnen uit kustvlaktes en bergen. De Andes, die als een ruggengraat door het continent loopt, creëert compleet andere omstandigheden dan de vlaktes langs de Stille Oceaan. Een Malbec uit Mendoza op 1.000 meter hoogte ontwikkelt andere eigenschappen dan een Pinot Noir uit de koelere kustgebieden van Chili. Deze verschillen zijn geen toeval, maar het resultaat van eeuwenoude natuurlijke processen die druiven dwingen zich aan te passen aan hun omgeving.
Zuid-Amerikaanse wijnmakers hebben geleerd deze verschillen te omarmen. Ze kiezen bewust voor bepaalde hoogtes en locaties om specifieke smaken te creëren. Waar Europese wijngebieden vaak beperkt zijn door traditie en regelgeving, experimenteren Zuid-Amerikaanse producenten volop met verschillende terroirs. Dit levert wijnen op die je nergens anders ter wereld vindt.
1: Temperatuurverschillen tussen dag en nacht
In de bergen van Zuid-Amerika kan het verschil tussen dag- en nachttemperatuur wel 20 graden Celsius zijn. Overdag bakken de druiven in de felle zon, terwijl ze ’s nachts afkoelen tot bijna het vriespunt. Deze extreme temperatuurschommelingen zorgen voor een unieke rijping, waarbij de druiven overdag suikers ontwikkelen en ’s nachts hun zuren behouden.
Dit natuurlijke jojo-effect resulteert in druiven met een perfecte balans tussen zoetheid en frisheid. De druiven rijpen langzamer, waardoor ze meer tijd hebben om complexe aroma’s te ontwikkelen. Denk aan wijnen met lagen van zwart fruit, kruiden en mineralen die zich geleidelijk ontvouwen in je glas.
In de kustvlaktes daarentegen heerst een veel stabieler klimaat. De oceaan werkt als een natuurlijke airconditioning die de temperatuur reguleert. Koele zeebriesen waaien landinwaarts en houden de wijngaarden fris, vooral tijdens warme zomerdagen. Dit zorgt voor een gelijkmatige rijping, waarbij de druiven hun natuurlijke frisheid behouden. Het resultaat? Elegante wijnen met heldere fruitaroma’s van citrus, groene appel of tropisch fruit, afhankelijk van het druivenras.
2: Zuurstofniveaus en druivenrijping
Op grote hoogte is er simpelweg minder zuurstof in de lucht. Voor druiven betekent dit dat ze harder moeten werken om te overleven. Net zoals sporters die trainen op hoogte sterker worden, ontwikkelen druiven in de bergen een dikkere schil als bescherming. Deze dikkere schillen bevatten meer kleur- en smaakstoffen, wat resulteert in wijnen met een diepere kleur en intensere smaak.
De lagere zuurstofniveaus vertragen ook het rijpingsproces. Druiven hebben meer tijd nodig om hun suikers te ontwikkelen, maar dit geeft ze ook de kans om meer complexe aroma’s op te bouwen. Het is alsof ze op een laag vuurtje sudderen in plaats van snel gaar te worden, waardoor alle smaken perfect samenkomen.
In kustvlaktes groeien druiven onder normale zuurstofomstandigheden. Ze hoeven zich minder te beschermen en ontwikkelen daarom dunnere, meer delicate schillen. Dit levert wijnen op met een lichter karakter, subtielere tannines en een meer verfijnde structuur. Perfect voor wie houdt van elegante wijnen die niet te overweldigend zijn.
3: UV-straling en druivenschillen
Hoe hoger je komt, hoe intenser de UV-straling. In de Andes kunnen druiven blootgesteld worden aan UV-niveaus die 50% hoger zijn dan op zeeniveau. Als reactie hierop produceren de druiven extra beschermende stoffen in hun schil, waaronder anthocyanen (voor kleur) en tannines (voor structuur).
Deze natuurlijke zonnebrandcrème van de druif is goed nieuws voor wijnliefhebbers. De extra tannines en antioxidanten geven de wijn niet alleen meer structuur en bewaarpotentieel, maar dragen ook bij aan de gezondheidsvoordelen van wijn. Bergwijnen bevatten vaak hogere concentraties resveratrol en andere beschermende stoffen.
Kustvlaktewijnen groeien onder mildere UV-omstandigheden, vaak nog verzacht door ochtendmist van de oceaan. Deze druiven ontwikkelen zachtere tannines en behouden meer van hun natuurlijke zuren. Het resultaat zijn wijnen die jong al heerlijk toegankelijk zijn, met een zijdezachte textuur die perfect past bij lichtere gerechten of als aperitief.
4: Welke druivenrassen gedijen waar het beste?
Niet elk druivenras voelt zich thuis op elke hoogte. Malbec en Tannat gedijen uitstekend in bergachtige gebieden, waar ze hun volle potentieel kunnen bereiken. Malbec, oorspronkelijk uit Frankrijk maar nu de trots van Argentinië, vindt in de hooggelegen wijngaarden van Mendoza de perfecte omstandigheden. De combinatie van intense zon, koele nachten en arme bodems zorgt voor Malbecs met diepe kleuren, rijke pruimenaroma’s en fluwelen tannines.
Tannat, bekend om zijn krachtige tannines, wordt in de bergen van Uruguay getemperd door de hoogte. De langzame rijping verzacht zijn ruwe kantjes zonder zijn karakteristieke kracht te verliezen. Ook Cabernet Sauvignon en Syrah presteren uitstekend op hoogte, waar ze complexe wijnen opleveren met een goede balans tussen fruit en structuur.
In de kustvlaktes excelleren andere variëteiten. Sauvignon Blanc houdt van de koele zeebries die zijn kenmerkende frisheid bewaart. Deze druif produceert hier wijnen met levendige citrusaroma’s en een verfrissende zuurgraad. Pinot Noir, notoir kieskeurig over zijn groeiomstandigheden, vindt in de koelere kustgebieden van Chili ideale omstandigheden. Bepaalde klonen van Pinot Noir zijn speciaal geselecteerd voor deze terroirs en leveren elegante wijnen op met aroma’s van rode bessen en een subtiele aardse ondertoon. Ook Chardonnay en Riesling floreren in deze gematigde klimaten.
5: Bodemsamenstelling en mineralen
De bodems in Zuid-Amerikaanse berggebieden vertellen een geologisch verhaal van miljoenen jaren. Vulkanische as, verweerd graniet en rotsachtige terrassen domineren het landschap. Deze mineraalrijke bodems geven de wijnen een karakteristieke mineraliteit, vaak beschreven als “natte steen” of “grafiet”. De arme, goed gedraineerde grond dwingt wijnstokken diep te wortelen op zoek naar water en voedingsstoffen, wat bijdraagt aan de concentratie en complexiteit van de wijnen.
In Mendoza vind je bodems vol kalksteen en klei op een ondergrond van rotsen. Deze combinatie zorgt voor wijnen met structuur en een lange afdronk. De vulkanische bodems in sommige Chileense bergwijngaarden voegen weer een andere dimensie toe, met hints van rokerigheid en kruiden.
De kustvlaktes bieden een heel ander bodemprofiel. Hier domineren alluviale afzettingen, aangevoerd door rivieren over duizenden jaren. Deze bodems zijn vaak zanderig of bestaan uit een mix van klei en leem. Ze zijn vruchtbaarder dan bergbodems, maar bieden uitstekende drainage. Het resultaat zijn wijnen met meer elegantie en finesse, minder geconcentreerd maar met een prachtige zuiverheid van fruit. De nabijheid van de oceaan voegt soms een subtiele ziltigheid toe, vooral merkbaar in witte wijnen.
6: Oogstperiodes en rijpingsprocessen
Timing is alles in de wijnbouw, en nergens is dit duidelijker dan in het verschil tussen berg- en kustoogsten. In de bergen verloopt de rijping trager door de koelere temperaturen en grotere dagelijkse schommelingen. Bergwijngaarden oogsten vaak twee tot vier weken later dan hun tegenhangers in de vlaktes. Deze extra hangtime geeft de druiven meer tijd om fenolische rijpheid te bereiken, waarbij niet alleen de suikers maar ook de tannines en aroma’s volledig ontwikkeld zijn.
De late oogst in berggebieden betekent ook dat wijnmakers meer risico lopen. Een vroege sneeuwval of hagelstorm kan desastreus zijn. Maar wanneer alles goed gaat, resulteert deze langzame rijping in wijnen met een ongekende diepte en complexiteit. De druiven bereiken optimale rijpheid met behoud van hun natuurlijke zuren, essentieel voor balans en verouderingspotentieel.
Kustvlaktes kennen een voorspelbaarder oogstseizoen. De stabielere temperaturen en de matigende invloed van de oceaan zorgen voor een gelijkmatige rijping. Hier kunnen wijnmakers vroeger oogsten, vaak al in februari of maart (denk eraan: we zijn op het zuidelijk halfrond!). Deze vroege oogst behoudt de natuurlijke frisheid en levendige zuren van de druiven. Het resultaat zijn wijnen die jong al heerlijk drinkbaar zijn, met helder fruit en een verkwikkende frisheid.
7: Smaakprofielen en bewaarpotentieel
Als je een bergwijn en een kustvlaktewijn naast elkaar proeft, ervaar je twee compleet verschillende werelden. Bergwijnen presenteren zich met intense, geconcentreerde smaken en een stevige structuur. Denk aan rijpe zwarte bessen, pruimen, chocolade en kruiden, ondersteund door ferme maar rijpe tannines. Deze wijnen hebben vaak een volle body en een lange, complexe afdronk die minuten kan aanhouden.
Het bewaarpotentieel van bergwijnen is indrukwekkend. Door hun hoge concentratie aan tannines, zuren en antioxidanten kunnen ze decennia meegaan. Een goede Malbec uit Mendoza of een Carménère uit de Chileense bergen ontwikkelt zich prachtig in de fles, waarbij tertiaire aroma’s van leer, tabak en paddenstoelen zich mengen met het fruit.
Kustvlaktewijnen bieden een heel ander genot. Ze zijn toegankelijk en charmant, met heldere fruitaroma’s en een elegante structuur. Witte wijnen sprankelen van frisheid met tonen van citrus, groene appel of tropisch fruit. Rode wijnen tonen sappig rood fruit, florale hints en zachte tannines. Deze wijnen zijn gemaakt om jong te drinken, wanneer hun fruit op zijn helderst is. Hoewel sommige premium kustvlaktewijnen zeker kunnen verouderen, is hun charme vaak het grootst in hun jeugd.
Tip voor herkenning: Bergwijnen herken je aan hun diepe kleur, volle body en intense smaak. Ze hebben vaak alcoholpercentages boven de 14%. Kustvlaktewijnen zijn lichter van kleur, eleganter in stijl en hebben meestal een lager alcoholpercentage, vaak tussen 12 en 13,5%.
Hoe La Bodega Vinos helpt bij het ontdekken van Zuid-Amerikaanse wijnen
La Bodega Vinos biedt een zorgvuldig samengestelde selectie Zuid-Amerikaanse wijnen uit zowel berg- als kustterroirs, zodat je de volledige smaakdiversiteit van dit continent kunt ontdekken. Onze expertise helpt je de perfecte wijn te vinden voor elke gelegenheid:
- Persoonlijk advies: Onze wijnexperts helpen je de juiste keuze maken op basis van je smaakvoorkeuren en de gelegenheid
- Exclusieve selectie: We werken rechtstreeks samen met wijnhuizen om unieke wijnen aan te bieden die je niet overal vindt
- Proefpakketten: Ontdek het verschil tussen berg- en kustvlaktewijnen met onze speciaal samengestelde proefpakketten
- Bewaaradvies: Krijg professioneel advies over welke wijnen je het beste jong kunt drinken en welke je kunt bewaren voor later
Bezoek onze winkel of webshop en laat je verrassen door de rijkdom van Zuid-Amerikaanse wijnen. Van krachtige bergwijnen tot elegante kustvlaktewijnen: wij helpen je de perfecte fles vinden voor jouw smaak en budget. Voor meer informatie over onze expertise en service kun je altijd contact met ons opnemen.

